AI en auteursrecht
De opkomst van AI raakt het auteursrecht op twee manieren. AI-modellen worden getraind op bestaand werk, vaak zonder dat de makers weten dat hun teksten, muziek of beelden daarvoor worden gebruikt. Tegelijk brengen die modellen nieuw materiaal voort en dan speelt de vraag bij wie de rechten op dat resultaat terechtkomen. Voor makers, producenten en uitgevers zijn dat geen theoretische kwesties, want het raakt direct aan de waarde van hun werk.
Liaise adviseert makers en creatieve ondernemers over de plek waar AI en auteursrecht elkaar raken. Op deze pagina lees je hoe het juridisch zit met het trainen van AI op beschermd werk, met het voorbehoud dat je als maker kunt maken en met de auteursrechtelijke status van wat AI voortbrengt.
Heb je direct juridisch advies nodig? Bel 020 675 88 21.
Mag een AI-model trainen op auteursrechtelijk beschermd werk?
Om een AI-model te trainen hebben aanbieders grote hoeveelheden materiaal nodig. Dat halen ze vaak automatisch van websites, een methode die scraping wordt genoemd. Veel van dat materiaal, teksten, foto’s, illustraties en muziek, is auteursrechtelijk beschermd. Kopiëren zonder toestemming van de rechthebbende is in beginsel onrechtmatig.
Toch is dat trainen niet zonder meer verboden. Het juridische kader hiervoor is de uitzondering voor tekst- en datamining uit de DSM-richtlijn, die ook in de Nederlandse Auteurswet is opgenomen. Machine learning wordt gezien als een vorm van tekst- en datamining. Daardoor levert het kopiëren dat nodig is voor de training geen inbreuk op, mits aan twee voorwaarden is voldaan. De partij die de datamining uitvoert moet rechtmatige toegang tot het werk hebben en de rechthebbende mag geen voorbehoud hebben gemaakt (artikel 15o Auteurswet).
Het Landgericht München I liet in twee zaken van de Duitse auteursrechtorganisatie GEMA zien waar die uitzondering ophoudt. Op 11 november 2025 stelde de rechtbank vast dat GPT-4 en GPT-4o de teksten van negen Duitse liedjes hadden onthouden en op verzoek teruggaven (zaaknummer 42 O 14139/24). Op 31 juli 2026 volgde een vergelijkbaar oordeel over de muziekgenerator Suno, waarvan de modellen zes werken bleken te bevatten, waaronder Rasputin en Forever Young (zaaknummer 42 O 763/25). Zit een werk zo in een model dat het er herkenbaar uit terugkomt, dan is dat volgens de rechtbank een verveelvoudiging die de uitzondering voor tekst- en datamining niet meer afdekt. Voor wat het systeem voortbracht, hield de rechtbank in beide zaken de aanbieder aansprakelijk en niet de gebruiker die de opdracht gaf.
Duitse uitspraken binden de Nederlandse rechter niet, maar de uitzondering komt uit dezelfde Europese richtlijn. Geen van beide uitspraken is bovendien onherroepelijk. OpenAI ging op 8 december 2025 in hoger beroep.
Lees wat de uitspraak tegen Suno betekent voor makers →
Wat er geldt als je zelf AI-muziek uitbrengt →
Het voorbehoud: je werk afschermen van AI-training
Hier ligt voor makers het belangrijkste aanknopingspunt. De uitzondering voor tekst- en datamining geldt alleen zolang jij als rechthebbende geen uitdrukkelijk voorbehoud hebt gemaakt. Maak je dat voorbehoud wél, dan mag je werk niet zonder jouw toestemming voor commerciële datamining en dus voor AI-training worden gebruikt.
Voor online werk moet dat voorbehoud op een machine-leesbare manier kenbaar zijn, zodat geautomatiseerde systemen het kunnen herkennen. In de praktijk gaat het bijvoorbeeld om een technische instructie bij je website of bestanden. De AI-aanbieders achter de Europese Code of Practice voor AI-modellen hebben toegezegd zich in elk geval aan robots.txt te houden, het bestand waarmee een website crawlers de weg wijst. De Europese Commissie consulteerde begin 2026 over de vraag welke andere protocollen als algemeen aanvaard gelden. Een lijst is er nog niet.
De formulering van je voorbehoud maakt verschil. De rechtbank Amsterdam oordeelde op 30 oktober 2024 in een zaak van DPG Media en Mediahuis tegen een signaleringsdienst dat de uitgevers met hun voorbehoud alleen de AI-bots hadden tegengehouden die ze bij naam noemden. De bot van de dienst stond daar niet tussen en mocht hun artikelen dus voor tekst- en datamining kopiëren (ECLI:NL:RBAMS:2024:6563).
In Duitsland sneuvelde een voorbehoud in gewone taal. Een fotograaf procedeert daar tegen LAION, de organisatie achter een beelddataset die AI-aanbieders gebruiken om hun modellen te trainen. De gebruiksvoorwaarden van het fotobureau verboden geautomatiseerd gebruik, maar noemden tekst- en datamining niet letterlijk. Volgens het Oberlandesgericht Hamburg kon een computerprogramma dat verbod in 2021 nog niet als voorbehoud herkennen, omdat het de tekst daarvoor eerst had moeten begrijpen (10 december 2025, zaaknummer 5 U 104/24). Het Bundesgerichtshof behandelde de zaak op 3 september 2026 en overweegt vragen voor te leggen aan het Hof van Justitie. De uitspraak staat gepland op 17 december 2026.
Leg je voorbehoud daarom op twee plekken vast: in robots.txt of een vergelijkbaar technisch bestand en in je voorwaarden, waarin je tekst- en datamining met zoveel woorden noemt. Beeldmakers kunnen zich daarnaast aanmelden voor de collectieve opt-out van Pictoright en de Federatie Beeldrechten, waar volgens een overzicht uit april 2026 zo’n 4.000 makers aan meedoen. We adviseren je hoe je dat voorbehoud op de juiste manier vastlegt, zodat het stand houdt en je positie sterk staat als je later tegen ongeoorloofd gebruik wilt optreden.
Transparantie over trainingsdata
Een terugkerend probleem bij AI en auteursrecht is het bewijs. Ook als je een voorbehoud hebt gemaakt, is het lastig om aan te tonen dat juist jouw werk in de training is beland. De AI-verordening brengt hier verandering in. Aanbieders van grote AI-modellen moeten een samenvatting beschikbaar stellen van het materiaal waarop ze hebben getraind. Daarmee krijgen rechthebbenden meer inzicht in welke data is gebruikt, wat de handhaving van auteursrechten op termijn vergemakkelijkt. Die plicht geldt sinds 2 augustus 2025 voor nieuwe AI-modellen voor algemene doeleinden en uiterlijk vanaf 2 augustus 2027 voor modellen die al eerder op de markt waren (artikel 53 lid 1 onder d AI-verordening). De samenvatting volgt een model van de Europese Commissie. Afzonderlijke werken staan er niet in, de belangrijkste bronnen wel.
Sinds 2 augustus 2026 kan de Europese Commissie die plichten afdwingen, met boetes tot 3 procent van de wereldwijde jaaromzet of 15 miljoen euro als dat bedrag hoger is (artikel 101 AI-verordening). Heeft een aanbieder de Code of Practice ondertekend, dan heeft die een aanspreekpunt waar je als rechthebbende een onderbouwde klacht kunt indienen.
Rust er auteursrecht op werk dat met AI is gemaakt?
Voor de uitvoer van een AI-systeem geldt het gewone uitgangspunt van het auteursrecht: bescherming bestaat alleen als het werk het resultaat is van vrije en creatieve keuzes met een persoonlijk stempel van een mens. Dat heeft gevolgen voor verschillende situaties.
Werk dat volledig autonoom door een AI-systeem wordt gegenereerd, zonder creatieve sturing van een mens, komt in beginsel niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking. Er is dan geen menselijke maker die de bepalende keuzes maakt. Zet je AI daarentegen in als hulpmiddel en maak je zelf de creatieve keuzes, door het resultaat bewust te sturen, te selecteren en te bewerken, dan kan er wel auteursrecht ontstaan bij jou. Hoe groter en bepalender je eigen creatieve inbreng, hoe sterker je positie.
Het Amtsgericht München liet op 13 februari 2026 zien hoe hoog die lat ligt (zaaknummer 142 C 9786/25). Een ondernemer had drie logo’s met generatieve AI laten maken en wilde optreden tegen iemand die ze had overgenomen. De rechter wees de vordering af, omdat een prompt van twee regels de AI te veel ruimte liet. Een prompt van zo’n 1.700 tekens beschreef het logo te algemeen. Het beste voorstel uitkiezen en kleine aanpassingen achteraf waren evenmin genoeg. En het was aan de maker om aan te tonen hoe het werk tot stand kwam. Een Duitse uitspraak bindt de Nederlandse rechter niet, maar de maatstaf komt uit het Europese recht en is hier dezelfde.
Andersom kan het ook. Het Landgericht Frankfurt oordeelde op 17 december 2025 (zaaknummer 06 O 401/25) dat een zelfgeschreven songtekst beschermd bleef, terwijl de muziek erbij met AI was gemaakt. Een mens verliest de bescherming van wat die zelf schrijft niet doordat AI de rest doet.
Lees meer over de uitspraak uit München →
Zijn prompts auteursrechtelijk beschermd?
Een aparte vraag is of de prompt zelf, de instructie die je aan een AI-systeem geeft, beschermd kan zijn. Onder omstandigheden kan een uitgebreide, gedetailleerde prompt met duidelijke creatieve keuzes als een werk worden gezien. Dat hangt af van de vraag of er voldoende vrije en creatieve keuzes met een persoonlijk stempel in zitten. Bij de nabewerking van AI-resultaten, bijvoorbeeld het verder bewerken van een gegenereerde afbeelding, wordt eerder aangenomen dat het eindresultaat bescherming kan verdienen. Dit is een onderwerp dat nog volop in ontwikkeling is.
Hoe Liaise je helpt
De vragen rond AI en auteursrecht zijn nieuw en de rechtspraak vormt zich nog. Juist daarom is het belangrijk om je positie goed vast te leggen en niet af te wachten. We helpen je met het maken van een geldig voorbehoud tegen AI-training, met het beoordelen of AI-output inbreuk maakt op jouw werk, met het vastleggen van je rechten op werk dat je met behulp van AI maakt, en met optreden als je werk zonder toestemming is gebruikt. We doen dat met kennis van de creatieve sector, zodat het advies aansluit op hoe jij werkt.
Heb je een vraag over AI en je auteursrecht? Neem contact op en je krijgt binnen één werkdag antwoord.