Kunst erven, schenken en nalaten
Iemand verzamelt veertig jaar. Er hangt werk in huis, er staat werk op zolder, en er is nooit een lijst gemaakt. Dan overlijdt de verzamelaar, en zitten drie kinderen met een collectie waarvan niemand de waarde kent en waarvan er over acht maanden erfbelasting betaald moet zijn.
Dat is de standaardsituatie. Kunst maakt een nalatenschap ingewikkeld, om drie redenen: de waarde is onzeker, de collectie laat zich slecht in gelijke delen knippen, en er zitten rechten aan vast die niet met het doek meeverhuizen.
Wat er met een kunstcollectie gebeurt bij overlijden
Laat de overledene een echtgenoot en kinderen na en is er geen testament, dan geldt de wettelijke verdeling van artikel 4:13 BW. De echtgenoot krijgt van rechtswege alle goederen, dus ook de hele collectie. De kinderen krijgen een vordering in geld ter grootte van hun erfdeel, die pas opeisbaar is als de langstlevende overlijdt.
Dat houdt een collectie bij elkaar. Het schuift de discussie ook door naar de volgende generatie, waar hij vaak lastiger ligt.
Zijn er geen echtgenoot maar wel meerdere erfgenamen, dan valt de collectie in een onverdeeldheid. Iedereen is samen eigenaar tot er verdeeld is, en verdelen kan alleen met instemming van allemaal. Eén erfgenaam die wil verkopen en één die wil behouden, is genoeg voor jaren stilstand.
Een testament haalt dat weg. Je kunt specifieke werken bij legaat aan een specifieke persoon toebedelen, je kunt een executeur benoemen die mag verkopen, en je kunt een verdeling vastleggen die anders uitpakt dan gelijke delen. Voor een verzamelaar is dat geen luxe.
De waardering van kunst voor de erfbelasting
Artikel 21 van de Successiewet is kort: het verkregene wordt in aanmerking genomen naar de waarde in het economische verkeer op het moment van de verkrijging. Voor kunst betekent dat de marktwaarde op de sterfdatum, oftewel de hoogste prijs die op dat moment voor het werk te krijgen was.
De Belastingdienst noemt de verzekerde waarde en veilingcatalogi als hulpmiddel. Wees daar voorzichtig mee. Een verzekerde waarde is vaak een vervangingswaarde en die kan flink boven de marktwaarde liggen. Wie de polis overneemt in de aangifte, betaalt mogelijk erfbelasting over een bedrag dat bij verkoop nooit binnenkomt.
Een taxatie op de sterfdatum door een onafhankelijke taxateur voorkomt die discussie. Doe die taxatie per werk en niet over de collectie als geheel, want een geschil met de inspecteur gaat bijna altijd over één stuk.
Erfbelasting betalen met een kunstwerk
Er is een regeling die weinig mensen kennen. Op grond van artikel 67, derde lid, van de Successiewet kan de minister van Financiën erfbelasting kwijtschelden wanneer de erfgenamen een voorwerp of verzameling uit de nalatenschap met een nationaal cultuurhistorisch of kunsthistorisch belang in eigendom overdragen aan de Staat.
De kwijtschelding bedraagt de vastgestelde waarde van het voorwerp plus twintig procent, en nooit meer dan de verschuldigde erfbelasting. Je levert dus één werk in en houdt daarmee meer belasting af dan dat werk waard is. Voor een collectie waar veel waarde in zit en weinig contant geld, is dat vaak de enige manier om de rest bij elkaar te houden.
Let op de termijn, want daar gaat het mis. Het verzoek doen alle verkrijgers samen, via de inspecteur, en het kan tot uiterlijk acht weken nadat de aanslagen onherroepelijk vaststaan. Daarna is de deur dicht.
De Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen adviseert de minister, en die commissie vergadert per kwartaal. Reken dus op doorlooptijd. Wil je vooraf weten waar je staat, dan kun je bij leven een verklaring vragen over een specifiek voorwerp. Zekerheid geeft dat niet, want de beoordeling gebeurt pas als het zover is.
Bij een wettelijke verdeling ligt er nog een extra mogelijkheid: draagt de langstlevende echtgenoot het werk over, dan kan de kwijtschelding onder voorwaarden ook gelden voor de erfbelasting over de vorderingen van de kinderen.
Wat je erft naast het schilderij zelf
Eigendom van een doek en auteursrecht op de afbeelding zijn twee verschillende dingen, en ze vererven ook los van elkaar.
Erf je van de maker, dan erf je het auteursrecht mee. Artikel 2 van de Auteurswet bepaalt dat het auteursrecht overgaat bij erfopvolging, en artikel 37 dat het vervalt zeventig jaar na 1 januari volgend op het sterfjaar van de maker. In die periode beslis jij over reproductie, tentoonstelling in druk en licenties. Dat is een bron van inkomsten en een beheertaak tegelijk.
Het volgrecht gaat dezelfde weg op. Bij leven kan een kunstenaar het niet overdragen; alleen erfopvolging en een legaat brengen het bij een ander.
Erf je van een verzamelaar, dan ligt het andersom. Je krijgt het werk, maar de rechten blijven bij de kunstenaar of bij de erfgenamen daarvan. Je mag het ophangen, uitlenen en verkopen. Afbeelden in een boek of op je website mag niet zonder toestemming, zolang het auteursrecht loopt.
Met dat auteursrecht erf je ook de persoonlijkheidsrechten van de maker, en die bepalen wat er met het werk mag gebeuren.
Meer over persoonlijkheidsrechten van de kunstenaar →
Kunst schenken bij leven
Schenken aan je kinderen is fiscaal gezien hetzelfde spel als vererven, met schenkbelasting over de waarde in het economische verkeer. Het voordeel is dat je zelf de verdeling meemaakt en kunt uitleggen waarom je doet wat je doet.
Schenken aan een museum of aan een culturele ANBI werkt anders. Zo’n gift is aftrekbaar, en bij een culturele ANBI mag je de gift voor de aftrek met vijfentwintig procent verhogen, met een maximum aan die verhoging. Leg je de gift vast als periodieke gift in een akte, voor minimaal vijf jaar, dan vervalt de drempel. Bij een gift in natura boven de tienduizend euro per jaar is een onafhankelijke taxatie of een recente factuur verplicht.
De fiscale uitwerking hoort thuis bij je belastingadviseur. Wij kijken naar iets anders: de voorwaarden waaronder je schenkt. Een tentoonstellingsplicht, naamsvermelding bij het werk, een verbod op afstoting of een terugvalclausule als het museum sluit. Die bedingen zijn geldig en ze werken door, ook als het museum jaren later andere plannen krijgt.
Meer over collectiebeheer en de Erfgoedwet →
Een kunstcollectie nalaten aan de Staat of aan een museum
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed noemt drie routes: schenken bij leven, nalaten via testament of legaat, en overdragen via de kwijtscheldingsregeling. Aanmelden kan bij de Rijksdienst zelf, of bij een van de voormalige rijksmusea die gemandateerd zijn om namens de Staat te aanvaarden.
De toets is streng. Er moet museaal belang zijn, en er wordt gekeken naar onvervangbaarheid en onmisbaarheid. Een museum dat vriendelijk reageert op een telefoontje heeft nog niets toegezegd.
Er is een vierde weg als je het eigendom in de familie wilt houden: langdurig bruikleen. Het werk hangt dan waar je het wilt zien hangen, met een overeenkomst die de verzekering, het klimaat en de duur regelt, terwijl het eigendom blijft waar het is.
Heeft een werk een gat in de herkomst, dan hoort dat vóór de overdracht uitgezocht te zijn. Een museum aanvaardt geen schenking met een open vraag erin.
Meer over de bruikleenovereenkomst →
Meer over herkomstonderzoek en restitutie →
Kunst in box 3
Voorwerpen van kunst zijn vrijgesteld in box 3, tenzij je ze hoofdzakelijk als belegging aanhoudt. Verhuur je werk uit je collectie, of koop je met het oog op waardestijging en verkoop, dan komt die vrijstelling in beeld bij de inspecteur.
Waar precies de grens ligt tussen verzamelen en beleggen is een feitelijke vraag, en het antwoord hangt af van wat je doet en van wat je daarover hebt vastgelegd. Overleg dat met je belastingadviseur voordat de aangifte de deur uit gaat, niet erna.
Neem contact op met Jaap Versteeg
Erf je een collectie en weet je niet waar je moet beginnen? Of denk je na over wat er na jouw overlijden met je verzameling gebeurt? Neem contact op met Jaap Versteeg. Bel 020 675 88 21 of mail hem voor een eerste gesprek.