Bruikleenovereenkomst kunst
Wie een werk uitleent, geeft het uit handen. Het gaat de vrachtwagen in en wordt uit- en ingepakt. Daarna hangt het in een zaal waar iemand anders het klimaat regelt.
Daar kan van alles misgaan. Schade bij het transport of tijdens de opbouw. Zaalcondities die achteraf niet blijken te kloppen met wat de uitlener had bedongen. En een enkele keer beslag op een werk dat in het buitenland staat.
Musea lenen aan elkaar uit, verzamelaars aan musea, bedrijfscollecties aan allebei. De bruikleenovereenkomst verdeelt de risico’s van dat verkeer. Toch wordt het opstellen ervan behandeld als een administratieve formaliteit. Pas als er schade is, blijkt hoe belangrijk de kleine lettertjes zijn.
Wat er in een bruikleenovereenkomst hoort te staan
Zeven onderwerpen bepalen of een bruikleenovereenkomst voor kunstwerken standhoudt.
De waarde van het werk. Uitlener en inlener spreken een verzekerde waarde af. Die waarde is de basis voor de polis. Bij hedendaagse kunst en bij werken die al jaren niet meer zijn verhandeld, is dat bedrag een schatting. Waardeer je te laag, dan komt de uitlener bij verlies tekort. Waardeer je te hoog, dan betaal je premie over lucht.
Verzekering. De spijker-tot-spijkerverzekering is de standaard in de museale wereld. De polis dekt het werk vanaf het moment dat het bij de uitlener van de muur gaat tot het moment dat het weer terughangt, transport inbegrepen. All risk dekt niet alles. Slijtage, inherente gebreken, geleidelijke achteruitgang en oorlogsschade vallen er doorgaans buiten. De inlener sluit af en betaalt.
Transport. Voor waardevolle werken schakel je kunsttransporteurs in die weten hoe je een kwetsbaar object verpakt en vervoert. In de overeenkomst staat wie het transport regelt, wie de transporteur uitkiest, wie het risico draagt onderweg, en of er een koerier van de uitlener meereist.
Tentoonstellingsomstandigheden. Temperatuur, luchtvochtigheid en lichtsterkte. De inlener vult die gegevens vooraf in op een facility report en de uitlener beoordeelt het. De overeenkomst verwijst naar dat rapport en bepaalt wat er gebeurt als de zaal er in de praktijk anders bij staat.
Aansprakelijkheid bij schade. Hier draait het uiteindelijk om. Meestal ligt het risico bij de inlener zolang de bruikleen loopt. Blijft de vraag wat er wordt vergoed. Restauratiekosten liggen vast, maar een uniek werk kan na een geslaagde restauratie nog steeds minder waard zijn dan ervoor.
Reproductierechten. Catalogus, website, promotiemateriaal, Instagram. Mag de inlener het werk daarin tonen, en zo ja onder welke voorwaarden? Dit regel je in de overeenkomst, los van de auteursrechtelijke toestemming die je bij de kunstenaar of bij Pictoright moet halen.
Verkoopbeperkingen. Grotere musea bedingen soms dat de uitlener het werk na afloop een tijd niet mag verkopen. Hun redenering is dat het museum het werk in een tentoonstelling heeft gebracht en dat de uitlener daar niet meteen van zou moeten profiteren met een aangevulde tentoonstellingsgeschiedenis. Zo’n clausule is onderhandelbaar. Een variant is dat de uitlener een deel van de opbrengst afdraagt bij verkoop binnen een afgesproken termijn na de tentoonstelling.
Wanneer de Indemniteitsregeling je verzekeringspremie verlaagt
Voor een tentoonstelling met topstukken uit buitenlandse musea kan de verzekeringspremie zo hoog oplopen dat het project niet meer uitkan. Daarvoor bestaat de Indemniteitsregeling. De Staat neemt dan een deel van het schaderisico over, het museum verzekert minder commercieel bij, en de premie daalt fors.
Lang niet elke tentoonstelling komt ervoor in aanmerking. Er gelden voorwaarden aan het belang van de tentoonstelling, de waarde van de bruiklenen en de professionaliteit van de organiserende instelling. De aanvraag loopt via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Internationaal bruikleenverkeer en beslagrisico
Over de grens komt er een laag bij. Elk land heeft eigen regels voor invoer en uitvoer van cultuurgoederen, en soms hoort daar een uitvoervergunning bij. Riskanter is beslag. Een schuldeiser kan zich verhalen op een werk dat toevallig in dat land staat. Nederland kent in principe geen wettelijke immuniteit voor bruiklenen, al bestaan er afspraken en protocollen die dat risico beperken.
De jarenlange juridische strijd rondom de Krimschatten in het Allard Pierson laat zien hoe ver dat kan gaan. Werken die vanuit Oekraïne waren uitgeleend, kwamen door de Russische annexatie van de Krim in een eigendomsgeschil terecht dat voor de Nederlandse rechter werd uitgevochten.
Jaap adviseert musea, verzamelaars en bedrijfscollecties bij het opstellen en beoordelen van bruikleenovereenkomsten. Hij gaat verder dan de standaardbepalingen en kijkt naar de risico’s die bij jouw bruikleen spelen.
Meer over juridisch advies voor musea →
Meer over kunst erven en nalaten →
Neem contact op met Jaap Versteeg
Wil je een bruikleenovereenkomst laten opstellen, beoordelen of aanpassen? Of heb je een geschil over een bruikleen? Neem contact op met Jaap Versteeg. Bel 020 675 88 21 of mail hem voor een eerste gesprek.