Herkomstonderzoek en restitutie van kunst
Een tekening hangt zestig jaar in de vaste opstelling. Dan komt er een brief van een kleindochter, met een vooroorlogse foto van een woonkamer waarin datzelfde werk aan de muur hángt.
Zo begint een restitutiezaak meestal. Niet met een dagvaarding, maar met een vraag. Wie op dat moment al weet hoe het werk in de collectie is gekomen, staat er heel anders voor dan wie dat nog moet uitzoeken.
Deze pagina gaat over het Nederlandse kader: wanneer herkomstonderzoek verplicht is, hoe een restitutieverzoek verloopt en wanneer je een gestolen werk juridisch nog kunt opeisen.
Wanneer herkomstonderzoek verplicht is
Voor geregistreerde musea is het een plicht. De Ethische Code voor Musea vraagt in artikel 2.3 dat je vóór verwerving een uiterste poging doet om vast te stellen dat een object niet illegaal is verworven of uitgevoerd. De Museumnorm herhaalt die eis en het Museumregister toetst erop. Koop je zonder dat onderzoek, dan raakt dat je registratie.
Voor galeries, veilinghuizen en verzamelaars staat het nergens als plicht. Toch loopt die groep het grootste risico. Je beroep op goede trouw bij de verwerving staat of valt namelijk met wat je hebt gecontroleerd en vastgelegd. Wie een werk van onbekende herkomst koopt zonder één vraag te stellen, is achteraf geen verkrijger te goeder trouw.
Meer over koop en verkoop van kunstwerken →
Wat je doet als er een restitutieclaim op een kunstwerk binnenkomt
Niet meteen ja zeggen. En zeker niet meteen nee.
Begin bij de feiten. Wat weet je zelf over de verwerving, wat zit er in het archief, en waar rust de claim op? Een verzoek dat op een familiefoto steunt is iets anders dan een verzoek dat op een verkoopakte uit 1942 steunt.
Daarna de route. Een minnelijke regeling met de erfgenamen kan, en gebeurt ook regelmatig. De Restitutiecommissie is de andere weg, en die staat hieronder.
En dan de toon. Een restitutiezaak is bijna nooit alleen juridisch. Er zit een familiegeschiedenis achter en er kijkt pers mee. Wat je in de eerste brief schrijft, staat er over drie jaar nog steeds.
Jaap Versteeg begeleidt musea, verzamelaars en erfgenamen in deze zaken, van het eerste gesprek tot het advies. Neem contact op zodra een verzoek binnenkomt, niet pas als de standpunten vastliggen.
De registers die je raadpleegt voordat je een kunstwerk koopt
Het Art Loss Register is de bekendste, met een betaalde zoekopdracht per object. Interpol houdt de Stolen Works of Art Database bij. Voor werk met een mogelijke oorlogsherkomst zijn de Duitse Lost Art-Datenbank en de database over het Jeu de Paume van de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg het meest bruikbaar.
In Nederland is dat musealeverwervingen.nl. Daar staan de uitkomsten van twee sectorbrede onderzoeken van de Museumvereniging: Museale Verwervingen 1940-1948, waarvan het eindrapport in 1999 verscheen, en Museale Verwervingen vanaf 1933, met een rapport uit 2014. In dat tweede onderzoek meldden 163 musea samen 173 objecten die mogelijk zijn geroofd, geconfisqueerd of gedwongen verkocht.
Leg vast wat je hebt geraadpleegd en op welke datum. Een zoekopdracht zonder treffers is alleen iets waard als je kunt laten zien dat je hem hebt gedaan.
Restitutie van roofkunst: twee routes bij één commissie
De Restitutiecommissie, voluit de Adviescommissie restitutieverzoeken cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog, bestaat sinds december 2001 en telt ten hoogste zeven leden. Ze behandelt verzoeken over cultuurgoederen die tussen 1933 en 1945 onvrijwillig verloren zijn gegaan, in de meeste zaken door Joodse eigenaren.
Welke route je volgt, hangt af van wie het werk nu heeft.
Zit het in rijksbezit, bijvoorbeeld in de NK-collectie, dan adviseert de commissie de minister en beslist de minister.
Zit het bij een gemeentelijk museum, een stichting of een particulier, dan geeft de commissie een bindend advies. Dat kan alleen als de verzoeker en de huidige bezitter zich daar samen aan onderwerpen. Bij deze route weegt de commissie ook of de huidige bezitter het werk te goeder trouw heeft verworven. Bij rijksbezit speelt die vraag niet.
Sinds het beoordelingskader van april 2021 is er geen belangenafweging meer. Tot dan kon het belang van de bezitter bij het behoud van het werk meewegen tegen het belang van de erfgenamen. Dat gewicht is eruit gehaald, na het kritische rapport van de commissie Kohnstamm van december 2020. Het huidige instellingsbesluit is in 2021 in de Staatscourant gepubliceerd.
De basis onder dit alles zijn de Washington Principles uit 1998. In maart 2024 kwamen daar Best Practices bij. Daarin staat onder meer dat gedwongen verkopen onder de reikwijdte vallen en dat verjaring geen reden hoort te zijn om een verzoek af te wijzen.
De termijnen in de procedure bij de Restitutiecommissie
De commissie kent geen wettelijke beslistermijn. Het reglement kent wél termijnen per stap, en die tikken door.
Vier weken om het reglement te aanvaarden. Zes weken voor je schriftelijke toelichting. Zes weken om te reageren op het concept-feitenoverzicht, en nog eens zes weken op de definitieve versie. Na de mondelinge behandeling volgt het conceptadvies binnen zes weken. Wil je een bindend advies laten vernietigen, dan is daarvoor twee maanden de tijd.
Tel die stappen bij elkaar op en je zit boven het halfjaar, en dan is het onderzoek nog niet meegerekend. Dat onderzoek doet de commissie niet zelf. Het ligt bij het Expertisecentrum Restitutie Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog, sinds 2018 ondergebracht bij het NIOD.
Verjaring: wanneer je een gestolen kunstwerk nog kunt opeisen
Bij een gewone gestolen roerende zaak heeft de bestolen eigenaar drie jaar vanaf de dag van de diefstal om het werk op te eisen. Dat staat in artikel 3:86 lid 3 BW. Er is een uitzondering: koopt een particulier het werk in de bedrijfsruimte van een handelaar die in soortgelijke zaken handelt, dan gaat die opeising niet op.
Voor cultuurgoederen ligt het anders. Artikel 3:86a BW bepaalt dat die verweren niet werken tegen een EU-lidstaat die een onrechtmatig uitgevoerd cultuurgoed opeist, en evenmin tegen de eigenaar van een werk dat als beschermd cultuurgoed was aangewezen.
De termijnen staan in artikel 3:310a BW. Drie jaar nadat de plaats en de bezitter bekend zijn geworden, en in elk geval dertig jaar na de dag waarop het werk buiten het grondgebied is gebracht. Voor werk uit een openbare collectie en voor beschermde kerkelijke goederen is die laatste termijn vijfenzeventig jaar.
Voor roofkunst uit de oorlog werkt dit anders. Die verzoeken lopen niet via de Erfgoedwet maar via het restitutiebeleid, en daar wordt verjaring niet tegengeworpen.
Teruggave uit koloniale context loopt via een andere commissie
Gaat het om een object dat in koloniale tijd naar Nederland is gekomen, dan is de Restitutiecommissie niet de juiste plek. Daarvoor bestaat sinds 2022 de Adviescommissie teruggave cultuurgoederen uit koloniale context.
Twee verschillen springen eruit. Het verzoek komt van het herkomstland en niet van een familie. En de commissie behandelt alleen objecten die in bezit zijn van de Staat. Een gemeentelijk museum of een particuliere collectie valt er dus buiten, wat betekent dat die instellingen hun eigen afweging maken en hun eigen beleid moeten kunnen uitleggen.
Meer over collectiebeheer en de Erfgoedwet →
Meer over kunst erven en nalaten →
Neem contact op met Jaap Versteeg
Heb je een restitutieverzoek ontvangen, of wil je juist een werk uit je familiegeschiedenis opeisen? Twijfel je over de herkomst van een aankoop? Neem contact op met Jaap Versteeg. Bel 020 675 88 21 of mail hem voor een eerste gesprek.