Distributieovereenkomst
Een groothandel in Düsseldorf wil je sneakers afnemen voor Duitsland en Oostenrijk. Vaste orders per seizoen, een eigen showroom, vertegenwoordigers die de schoenenwinkels kennen. In ruil vraagt de groothandel exclusiviteit, en het liefst ook dat je eigen webshop daar niet meer levert. Dat laatste kun je niet zomaar beloven.
In een distributieovereenkomst spreek je af onder welke voorwaarden een distributeur je producten inkoopt en op eigen naam doorverkoopt in een bepaald gebied. Wat er geldt, staat grotendeels in dat contract zelf. Daarnaast tellen de algemene regels van het Burgerlijk Wetboek en de Europese mededingingsregels, en die laatste bepalen hoeveel je de distributeur mag voorschrijven over gebied, klanten en prijzen.
Distributieovereenkomst laten opstellen of controleren? Bel 020 675 88 21 of neem contact op. Je krijgt binnen één werkdag antwoord.
Wanneer een distributeur beter past dan een handelsagent
Een distributeur koopt je collectie in, betaalt je factuur en zit zelf met de dozen die blijven staan. De boetiek of het warenhuis is klant van de distributeur, niet van jou. Jij krijgt de inkoopprijs, de distributeur verdient aan de marge.
Voor een merk dat een nieuw land opent, is dat aantrekkelijk: geld vooraf en een partij die de markt al kent. Je levert er controle voor in. Welke winkels je collectie krijgen, hoe die in de winkel hangt en wie de klantgegevens heeft, bepaalt voor een groot deel de distributeur.
Bij een handelsagent loopt het geld andersom. De agent bemiddelt, jij levert en factureert, en de agent krijgt provisie. Voor die verhouding heeft de wet een eigen regeling, met onder meer een klantenvergoeding bij het einde (artikel 7:442 BW).
Meer over de agentuurovereenkomst →
Een exclusieve distributieovereenkomst: welke verkoop je de distributeur mag verbieden
Exclusiviteit is meestal wat een distributeur terugvraagt voor de investering in je merk. Je belooft geen andere distributeur in het gebied aan te stellen, soms ook dat je er zelf niet verkoopt. De Europese groepsvrijstelling voor verticale overeenkomsten, Verordening (EU) 2022/720, laat toe dat je een gebied of een groep klanten toewijst aan jezelf of aan ten hoogste vijf afnemers (artikel 1 lid 1 onder h).
Wat je de distributeur zelf oplegt, ligt nauwer. Je mag verbieden dat die actief klanten benadert in gebieden die je voor jezelf hebt gehouden of aan een andere exclusieve distributeur hebt gegeven (artikel 4 onder b). Passieve verkoop mag je niet tegenhouden. Mailt een boetiek in Kopenhagen uit zichzelf je Duitse distributeur, dan mag die gewoon leveren.
Actief verkopen is ruimer dan langsgaan of bellen. Ook gerichte online advertenties tellen mee, net als een webshop in een taal die in het land van de distributeur niet gebruikelijk is. Een Nederlandse distributeur met een Franstalige webshop richt zich dus actief op Frankrijk (artikel 1 lid 1 onder l).
Online verkoop helemaal verbieden kan niet. Je mag de distributeur niet beletten het internet werkelijk te gebruiken om je producten te verkopen (artikel 4 onder e). Andere beperkingen van de onlineverkoop laat de verordening wel toe, zolang ze dat niet tot doel hebben.
Een vaste doorverkoopprijs kost de hele overeenkomst de groepsvrijstelling
Een merk in het middensegment wil niet dat de distributeur de collectie in november voor de halve prijs aanbiedt. Toch mag je geen vaste of minimale verkoopprijs opleggen. Een maximumprijs of een adviesprijs mag wel, zolang je die niet via druk of kortingen afdwingt alsof het een vaste prijs is (artikel 4 onder a van de verordening).
Staat er een vaste of minimale doorverkoopprijs in het contract, dan verliest de hele overeenkomst de vrijstelling. Niet alleen dat ene beding. Afspraken die in strijd zijn met het kartelverbod, zijn van rechtswege nietig (artikel 6 lid 2 Mededingingswet).
De vrijstelling geldt alleen zolang jij en de distributeur elk niet meer dan 30 procent van de relevante markt hebben (artikel 3). Groeit je aandeel daarboven, dan houd je de vrijstelling nog twee kalenderjaren na het jaar waarin je de grens passeerde (artikel 8 onder d).
Hoe lang een distributeur alleen jouw merk mag verkopen
Wil je dat de distributeur geen concurrerende merken in het assortiment neemt, dan is dat een concurrentiebeding. Een plicht om meer dan 80 procent van de inkoop in je productgroep bij jou te doen, telt ook als zodanig (artikel 1 lid 1 onder f van de verordening). Zo’n beding valt alleen onder de vrijstelling als het niet langer loopt dan vijf jaar. Voor onbepaalde tijd lukt het dus niet (artikel 5 lid 1 onder a).
Na het einde van de samenwerking is de ruimte veel kleiner. Een verbod om dan nog concurrerende producten te verkopen, valt alleen onder de vrijstelling als het beperkt blijft tot het pand waar de distributeur werkte, nodig is om knowhow te beschermen die jij hebt overgedragen, en hooguit een jaar duurt (artikel 5 lid 3). Regel liever wat er bij het afscheid gebeurt met de voorraad, de klantenlijst en de campagnebeelden.
Mag de distributeur je merk, je foto’s en je productteksten gebruiken in de eigen webshop en op Instagram, leg dat dan vast in hetzelfde contract. Afspraken over intellectueel eigendom passen binnen de vrijstelling zolang ze ondergeschikt zijn aan de verkoop (artikel 2 lid 3). Laat je merk in het land van de distributeur op je eigen naam inschrijven, niet op die van de distributeur. Meer daarover bij merkenrecht.
Een distributieovereenkomst opzeggen met een redelijke opzegtermijn
Staat er een opzegtermijn in het contract, dan geldt die. Ontbreekt een regeling, dan is een distributieovereenkomst voor onbepaalde tijd in beginsel opzegbaar. De redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 1 BW) kunnen dan wel eisen dat je een zwaarwegende reden hebt, een redelijke termijn aanhoudt of een vergoeding aanbiedt. Hoe langer de samenwerking liep, hoe langer die termijn in de regel wordt.
Hoe dat uitpakt, liet de rechtbank Overijssel in 2023 zien. Een Benelux-distributeur verkocht sinds 2018 exclusief de rubberlaarzen van een Deens merk, op basis van mondelinge afspraken. In maart 2022 kwam per mail het bericht dat eind die maand een andere distributeur het overnam. Krap twee weken. De reden, een beter aanbod van een concurrent met een magazijn in Nederland, vond de rechter te algemeen voor zo’n korte termijn. De distributeur vroeg om twee jaar. Te lang, oordeelde de rechter, omdat het merk dan te weinig vrij zou zijn in het eigen distributiebeleid. Het werden zes maanden: genoeg om af te bouwen en nog tot het winterseizoen laarzen te verkopen. De hoogte van de schade volgt in een aparte procedure (ECLI:NL:RBOVE:2023:1738).
Ben je zelf de distributeur, houd dan bij wat je in het merk steekt en maak afspraken over de klantgegevens en de beelden die je laat maken. In dezelfde zaak mocht het merk de foto’s van de distributeur aan de opvolger doorgeven. Er was niets over afgesproken.
Een advocaat die je distributieovereenkomst opstelt of controleert
We schrijven distributieovereenkomsten voor mode- en designmerken en maakbedrijven, en beoordelen de contracten die distributeurs en importeurs zelf voorleggen. Twijfel je of een beding over prijzen, online verkoop of een concurrerend merk door de beugel kan, dan leggen we het naast de groepsvrijstelling. Ligt er al een opzegging, dan rekenen we eerst uit welke termijn redelijk is en wat dat in geld betekent.
Gaat het om de distributie van een film of van muziek, kijk dan bij de distributieovereenkomst voor film of de distributiedeal muziek.
Wil je een distributieovereenkomst laten opstellen of controleren, of speelt er een opzegging? Neem contact op of bel 020 675 88 21.