Goed nieuws voor filmproducenten: een nieuw Europees coproductieverdrag voor TV-series
De Raad van Europa heeft op 26 november jl. de tekst goedgekeurd van een nieuw Europees coproductieverdrag voor tv-series. Het verdrag voor TV-series volgt in grote lijnen het reeds bestaande verdrag voor speelfilms. Voor producenten betekent dit dat de juridische bescherming die je kent van internationale filmproducties, nu ook geldt voor series. Denk aan heldere afspraken over rechten, opbrengsten en samenwerking. Het verdrag is een poging om het ‘coproductierecht’, zo gewoon in de wereld van de speelfilmproductie, te vertalen naar tv-series.
Het verdrag zal begin 2026 ter ondertekening en ratificering aan de lidstaten van de Raad van Europa en de staten die zijn aangesloten bij de Europese Culturele Conventie van Parijs van 1954. Het zal in werking treden zodra drie staten het hebben geratificeerd. Naar verwachting zal dat einde 2026, dan wel begin 2027 zijn.
Het verdrag maakt onderscheid in drie typen TV-series: gescripte fictie, animatie en documentaire.
Het verdrag maakt voorts onderscheid tussen coproducenten, onafhankelijke coproducenten en ‘media service providers’. Media service provider (“MSP”) is de natuurlijke of rechtspersoon die redactioneel verantwoordelijk is voor de keuze van de audiovisuele inhoud en de organisatie van een audiovisual media service.[1]
In de praktijk zijn dit vaak streamingdiensten zoals Netflix of Videoland, maar ook traditionele omroepen. Het verdrag maakt bewust onderscheid tussen deze partijen en onafhankelijke producenten om de positie van makers te versterken.
Coproducent kan iedere partij zijn die aan het project is verbonden middels een coproductiecontract, ook een MSP. De definitie van een onafhankelijk producent is die welke de nationale wetgeving van de betreffende producent hanteert en bij gebreke van zo een definitie in de nationale wetgeving is een onafhankelijke producent een producent waarin niet direct of indirect een meerderheidsbelang wordt gehouden door een MSP en die niet volledig, dan wel grotendeels afhankelijk is van één MSP of een groep MSP’s voor de financiering van zijn producties.
Het verdrag is van toepassing op bilaterale coproducties waarbij tenminste twee onafhankelijke coproducenten, ieder uit een ander verdragsland, zijn betrokken en op multilaterale coproducties waarbij drie of meer onafhankelijke coproducenten uit verschillende verdragslanden zijn betrokken. MSP mogen wel partij zijn bij de coproductieovereenkomsten.
In het geval van een multilaterale coproductie gaat het verdrag voor op eventuele bilaterale coproductieverdragen tussen bij de multilaterale coproductie betrokken landen. In het geval van een bilaterale coproductie gaat het verdrag alleen maar voor op een reeds bestaande bilaterale overeenkomst indien daar uitdrukkelijk voor wordt gekozen.
De coproductie dient te voldoen aan de artikelen 6 tot en met 8 van het verdrag en aan een minimum aantal punten.
In het kader van een bilaterale coproductie dient de minimum financiële bijdrage van een coproducent tenminste 10% te bedragen. In het geval van multilaterale coproducties is de minimum bijdrage tenminste 5% en is de maximum bijdrage 80%.
Dit verdrag garandeert dat jij als maker zeggenschap houdt en kunt meeprofiteren van het succes van je serie - ook na afloop van de eerste licentieperiode.
De rechten op de gecoproduceerde tv-serie dienen tenminste deels bij de onafhankelijke coproducenten te liggen (bij de financiële bijdrage refereert het verdrag slechts aan de coproducenten). Dit is een gamechanger voor producenten. Eerder zagen we vaak dat streamingplatforms alle rechten opeisten. Dit verdrag garandeert dat jij als maker zeggenschap houdt en kunt meeprofiteren van het succes van je serie - ook na afloop van de eerste licentieperiode.
Als er coproducenten betrokken zijn uit niet verdragsstaten, dan mag hun aandeel in de rechten op de tv-serie nimmer meer bedragen dan 30%.
Het verdrag bepaalt ook dat de onafhankelijke coproducenten een aandeel in de opbrengsten moeten hebben en exploitatierechten niet eeuwigdurend mogen worden verleend en dat een licentieperiode zodanig moet zijn, dat de onafhankelijke coproducent kan profiteren van de ‘restwaarde’, c.q. de mogelijkheid om te herlicentiëren.
Voor jou als producent betekent dit nieuwe verdrag dat je eindelijk inzicht krijgt in hoe jouw serie presteert – essentiële informatie voor toekomstige onderhandelingen en vervolgprojecties.
Een belangrijk en nieuw punt is de verplichting die het verdrag oplegt aan MSP’s (en hun dochters) die betrokken zijn bij een officiële coproductie om gegevens te verstrekken over het bereikte publiek (‘audience data’) en informatie over de exploitatie van de tv-serie. Deze informatie moet verstrekt worden aan alle coproducenten. In de praktijk was dit altijd een struikelblok: platforms hielden kijkcijfers en prestatiedata angstvallig geheim. Voor jou als producent betekent dit nieuwe verdrag dat je eindelijk inzicht krijgt in hoe jouw serie presteert – essentiële informatie voor toekomstige onderhandelingen en vervolgprojecties.
De coproductie moet geïnitieerd zijn door een onafhankelijke coproducent en de onafhankelijke coproducenten moeten bijdragen aan en betrokken zijn bij de technische en artistieke beslissingen.
Voor ieder type tv-serie is er een aparte puntentabel: een gescripte fictie serie dient tenminste 24 uit 31 mogelijke punten te halen. Een animatieserie dient tenminste 26 uit een mogelijke 40 te halen en een documentaire serie tenminste 13 van 26. Het verdrag staat toe dat de betrokken autoriteiten (voor Nederland zal dat ongetwijfeld het Nederlands Film Fonds zijn) officiële coproductiestatus verlenen aan een coproductie die niet het minimum aantal punten behaalt. Het puntensysteem kijkt naar criteria zoals waar de serie wordt opgenomen, welke nationaliteit cast en crew hebben en waar post-productie plaatsvindt. Hoe meer ‘Europese elementen’, hoe meer punten. De autoriteiten kunnen uitzonderingen maken als je net tekortschiet - bijvoorbeeld bij artistieke noodzaak voor een specifieke internationale cast.
Als er sprake is van meer seizoenen, dient voor ieder seizoen een nieuwe aanvraag te worden ingediend.
Het verdrag biedt bovenal extra bescherming voor de onafhankelijke producent: meer zeggenschap over rechten, transparantie over kijkcijfers en garanties voor langetermijnopbrengsten.
Al met al biedt dit nieuwe Europese coproductieverdrag concrete nieuwe mogelijkheden voor producenten van tv-series, zendgemachtigden en streamingdiensten. Het verdrag biedt bovenal extra bescherming voor de onafhankelijke producent: meer zeggenschap over rechten, transparantie over kijkcijfers en garanties voor langetermijnopbrengsten. Verwacht wordt dat het verdrag eind 2026 of begin 2027 van kracht wordt – het is verstandig om je nu al te verdiepen in de voorwaarden.
Wil je weten hoe dit verdrag jouw positie als producent versterkt of heb je vragen over internationale coproducties? Neem contact op met filmrecht advocaat Roland Wigman of Merel Teunissen.
[1] Het verdrag definieert niet wie of wat een audiovisual media service is, daarvoor moet (waarschijnlijk) te rade worden gegaan bij de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten (Richtlijn 2010/13/EU, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2018/1808/EU) en wordt – kort gezegd – een televisiemaatschappij of SVOD aanbieder bedoeld.